1. Aanmelding – Inschrijving– Elke vereniging die wenst deel te nemen aan de stoet dient zich in te schrijven door een ter beschikking gesteld formulier volledig in te vullen.
– Bij de bevestiging van deelname door de inrichter zal de plaats van opstelling en het tijdstip hiervan meegedeeld worden alsook de plaats en tijdstip van afhalen van het volgnummer.
– Dit volgnummer dient duidelijk zichtbaar aangebracht te zijn tijdens de stoet en achteraf netjes terug ingeleverd tegen teruggave van de borg.
2. Akkoord Reglement
– Deelname aan de stoet houdt automatisch in dat men akkoord gaat met het stoetreglement en het ook zal naleven.
– Hierdoor is het verboden van gelijk welk drukwerk te verspreiden, omhalingen te doen of verkoop van eender wat te houden bij de toeschouwers.
– Reclame in de carnavalstoet is verboden, daarvoor is er de reclamekaravaan.
3. Mogelijke straffen
– Niet opvolging van de reglementen kan leiden tot deze straffen:
o Inhouden van gedeelte/volledige overeengekomen vergoeding.
o Onmiddellijke uitsluiting zonder vergoeding.
o Onmiddellijke uitsluiting zonder vergoeding met weigering van deelname gedurende 1 jaar aan de stoeten van deze conventie. De uitsluiting eindigt NA de stoet op dezelfde locatie maar één kalenderjaar later. Deze sanctie, met reden omkleed, zal in het openbaar carnavalsgebeuren bekend gemaakt worden.
– De betalingen zullen gebeuren volgens de procedure vermeld op het inschrijvingsformulier.
4. Aantal deelnemers, Afgelasten / uitstellen
– Slechts een kleine afwijking van het opgegeven aantal deelnemers wordt toegestaan (minder dan 10%) zo niet zal een aanpassing van afgesproken vergoeding moeten doorgevoerd worden.
– In uitzonderlijke gevallen kan de stoet uitgesteld, eventueel afgelast worden. De deelnemers worden zo spoedig mogelijk hierover ingelicht en de contracten doorgeschoven naar de nieuwe datum.
5. Afmetingen wagens, Onderlinge afstand
– De wagens dienen bepaalde afmetingen te respecteren. Zie eventuele bijlage.
– Andere afmetingen dienen zelf te zorgen voor materiaal om eventuele belemmeringen te omzeilen waarbij geen enkel obstakel mag verwijderd en/of vernield worden.
– Tijdens de stoet goed aansluiten met een tussenafstand van 10 tot max 20 meter. Dansjes of opvoeringen mogen geenszins het tempo beïnvloeden.
– Steeds wagenbegeleiding voorzien door minstens 4 duidelijk zichtbare meerderjarige begeleiders.
6. Muziek en geluid
– De muziek die gespeeld wordt dient carnaval- en goede ambiancemuziek te zijn. Andere genres zijn volledig uit den boze.
– Geluidsintensiteit beperkt tot 95db, gemeten tot 20m achter de wagen.
– Geen koppelen van wagens tenzij na uitdrukkelijke toelating van de inrichter.
– Er is een verbod op claxonneren van de trekkende voertuigen, enkel toegestaan in nood situaties.
7. Groepsverantwoordelijke, Thema en uitbeelding
– Per 40 deelnemers dient er een groepsverantwoordelijke aangeduid te worden die, door een gekleurde armband duidelijk zichtbaar te dragen, het aanspreekpunt is voor de ordediensten.
– Deze persoon of personen zullen de leden van hun groep wijzen op de specifieke richtlijnen van de ordediensten en inrichters.
– Er wordt voor gezorgd dat iedere deelnemer op of in de nabijheid van zijn wagen/ groep verblijft zodat privé gronden en bezittingen niet beschadigd en personen niet lastiggevallen worden.
– Het thema van de groep zal niet in conflict staan met godsdienstige of morele overtuigingen en geen aanfluiting zijn van de openbare orde en goede zeden.
8. Drank
– Het verkeersreglement handelend over dronkenschap achter het stuur blijft zeker gelden tijdens de stoet. De hoeveelheid alcoholische drank tot een strikt minimum beperken.
– Zeker geen sterke drank op de wagen.
– Overmatig dronkenschap vermijden door kennelijk dronken personen tijdig uit te stoet te weren/zetten, ofwel door de groepsverantwoordelijke ofwel door de inrichters.
– Glazen flessen en drinkbekers niet toelaten
– Ook en vooral de begeleiders dienen steeds nuchter te blijven gezien hun grote verantwoordelijkheid.
9. Wat uitwerpen en manier waarop.
– Het is ten strengste verboden materialen uit te werpen die toeschouwers of deelnemers kunnen bevuilen of kwetsen.
– Snoep en speelgoedjes zover mogelijk van de wagen gooien om ongevallen te voorkomen.
– Deze gadgets worden uitgestrooid, aangeboden maar zeker niet gesmeten. Iedere deelnemer blijft persoonlijk aansprakelijk voor kwetsuren en schade veroorzaakt door het uitwerpen van dergelijke zaken.
– Kijk uit met blikjes en zwaardere voorwerpen.
– Spuitbussen en ander vervuilend materiaal zijn vanzelfsprekend verboden. Lege verpakkingen en afval horen thuis in de voorziene afvalcontainers.
– Elke wagen dient een vuilzak in het bezit te hebben (achter/op de wagen), zodat daar het afval rechtstreeks in gedeponeerd kan worden.
10. Verzekering
– Bij onverhoopte panne dient men zo snel en efficiënt mogelijk de weg vrij te maken zodat de verdere vooruitgang van de stoet niet in gedrang komt.
– Voor de verzekering afgesloten door de organisatie zijn al de schadegevallen veroorzaakt met of door motorvoertuigen uitgesloten, deze vallen automatisch onder de verantwoordelijkheid van het betrokken voertuig.
– Alle aangekoppelde wagens vallen onder de dekking van de aansprakelijkheid van het trekkend voertuig.
11. Lichtstoet
– Het spreekt vanzelf dat de wagens die deelnemen aan een carnaval lichtstoet verlicht zijn met hierbij de bedenking dat vele kleine lichtjes mooier uitkomen dat 1 grote lamp.
– Kijk ook steeds na bij de inschrijving of je deelname als RV11 met je persoonlijke prins past in het kader van de stoet waaraan je deelneemt.
12. Verantwoordelijkheid inrichter
– De inrichtende vereniging kan in geen geval verantwoordelijk gesteld worden voor eventuele ongevallen en/of tekortkomingen voor, tijdens of na de stoet.
13. Bijlagen
– Document A1
Beste carnavalsvrienden
Beste vrienden van carnaval
Na de evaluatie van carnaval 2024 zijn we bij Carnaval N-Limburg tot de conclusie gekomen dat er iets moet veranderen. Willen we over een aantal jaren nog carnaval kunnen vieren, dan zullen er drastische maatregelen genomen moeten worden.
Het kan niet zo zijn dat kinderen langs ons parcours huilen van de pijn aan de oren of van de schokgolven van de basdreunen, dat er servies uit de kasten trilt en er schade aan ruiten ontstaat. Het zou niet mogen dat deelnemers aan onze optochten gehoorbescherming moeten dragen, omdat achter de praalwagen lopen anders onuitstaanbaar is. Sommige deelnemende groepen nemen het niet nauw met de term “carnavalsmuziek” en maken er een open discotheek van, met alleen muziek die hier niet thuishoort.
Wij, als stoetorganisator, betalen voor iedere deelnemende vereniging, voor elke optocht, ongeveer €100 aan UNISONO (SABAM en billijke vergoeding) en er worden op de meeste plaatsen vergoedingen betaald aan de deelnemende groepen. Willen we als organisatie geen verlies maken, dan hebben we de inkom van de optochten hard nodig.
Door het probleem van het overdreven geluid en de onjuiste muziekkeuze van de DJ regent het klachten bij de organisatie, de gemeente of stad, en blijven toeschouwers weg langs ons parcours.
Wij, Carnaval N-Limburg, dragen carnaval een warm hart toe en hopen met de volgende maatregelen de optochten weer aangenaam te maken voor iedereen.
1. Deze brief wordt via verschillende kanalen verspreid (verwittiging 1);
2. Elke organisator gaat met de deelnemende verenigingen uit zijn gemeente of stad samenzitten om alle reglementen door te nemen (verwittiging 2);
3. Bij inschrijving voor de stoet zal deze brief overhandigd worden (hardcopy of digitaal) en moet deze ondertekend in het bezit zijn van de organisatie vóór het vertrek van de optocht (verwittiging 3);
4. Bij het vertrek van de optocht zal de groepsverantwoordelijke door de organisatie worden aangesproken met een duidelijke herinnering aan de gemaakte afspraken (verwittiging 4);
5. Tijdens de optocht wordt één opmerking gegeven door de stoetcommissie (verwittiging 5);
6. De laatste opmerking komt van de organisatie zelf (verwittiging 6);
Hierna zullen er geen opmerkingen meer worden gegeven, zal er geen uitbetaling plaatsvinden en wordt deelname aan alle andere stoeten in N-Limburg (en uitbreiding aan de Maaskant) verboden. We zijn ons ervan bewust dat dit een zeer zware sanctie is, maar na zes verwittigingen hebben we al het mogelijke gedaan om de desbetreffende vereniging te overtuigen om de regelgeving te volgen.
Daarom willen we met aandrang aan alle deelnemende verenigingen vragen om ons reglement te volgen, het geluidsniveau te beperken en het thema carnavalsmuziek ter harte te nemen!
Vereniging:
Verantwoordelijke:
Voor akkoord,handtekening:
Met carnavaleske groeten
Carnaval N-Limburg
Beste,
Als Uw vereniging is ingeschreven om deel te nemen aan een of meerdere carnavalsstoeten in de gemeente Pelt of elders.
Reeds enkele jaren moeten de praalwagens beschikken over een machtiging om op de weg te komen.
De gemeenten hebben deze machtiging steeds automatisch aangemaakt voor alle inschrijvers van de stoeten.
Onlangs is er een nieuwe omzendbrief gekomen omtrent de regeling van deze machtiging.
De grote verandering hierbij is dat de machtiging moet aangevraagd worden bij en opgemaakt door de gemeente waar de wagen gestald is. De machtiging is dan 6 maanden geldig.
Dit betekent dat we de procedure zoals we die hanteerden, niet verder kunnen aanhouden.
We hebben alle informatie en het aanvraagformulier op de website van de gemeenten aangepast.
Alle verenigingen die meedoen met de stoet EN hun wagen in bv. Pelt gestald hebben, moeten dit formulier invullen via de Gemeente Pelt.
Daarna kunnen we de machtiging bezorgen.
Staat uw wagen in een andere gemeente, dan moet u de machtiging in die gemeente aanvragen.
Ik wil u dan ook vragen om, indien uw wagen in Pelt staat, het formulier zo snel mogelijk in te vullen zodat uw wagen hiervoor in orde is voor carnaval .
Met vriendelijke groeten
1. Elke praalwagen dient uitgerust te worden met ten minste 1 draagbaar blustoestel met een bluscapaciteit van min 1BE (type poeder of schuim/water van min 6kg). Snelblustoestellen van het type CO2 zijn slechts toegestaan in supplement. De snelblustoestellen dienen het BENOR-kenmerk te bezitten en voldoen aan EN 3.
Het onderhoud van de toestellen dient jaarlijks te gebeuren, is verplicht en moet uitgevoerd worden volgens TN117 van het NVBB. Het toestel dient van een recent keuringslabel voorzien te zijn.
Blustoestellen uit vrachtwagens zijn toegelaten indien deze een bluseenheid van minsten 1BE hebben. Deze dienen niet jaarlijks gekeurd te worden maar de vervaldatum mag niet overschreden zijn.
Blustoestellen uit personenwagens zijn niet toegestaan daar een toestel met een bluseenheid < 1 niet toegestaan is. De bluseenheid van het toestel staat vermeld op het toestel zelf.
Voor de aankoop en het onderhoud van de blustoestellen wendt men zich het best tot firma’s welke aangesloten zijn bij de vakorganisatie FEBELMI.
Indien het gaat om een nieuw blustoestel dient de factuur voorgelegd te kunnen worden.
2. De opstelling van de eventuele stroomgeneratoren dient te gebeuren in een daarvoor voorziene ruimte, gemaakt uit een onbrandbaar materiaal, of in open lucht. De ruimte moet overvloedig verlucht worden opdat geen explosief mengsel kan ontstaan. Deze verluchting moet rechtstreeks uitgeven op de buitenlucht. De uitlaat van de aggregaat dient vrij te zijn en op voldoende afstand van brandbaar materiaal.
CO metingen kunnen worden uitgevoerd door de brandweer.
3. Overbelasting van de elektrische installatie, domino-stekkers, opgerolde verlengsnoeren, open verbindingen, blote bedrading, … dient vermeden te worden. Advies wordt gegeven om per kring af te zekeren (ook op aggregaat).
4. Op de praalwagens mag geen open vuur gemaakt worden.
5. Het gebruik en vervoer van drukhouders met ontvlambare gassen op de praalwagen is verboden. Andere drukhouders zijn toegelaten mits te voldoen aan volgende voorwaarden:
– drukhouder bevindt zich op locatie die geen hinder vormt en voldoende verlucht is;
– aanwezigheid van drukhouder dient vermeld te worden aan de brandweer;
– drukhouder wordt rechtop en stevig vastgezet;
– drukhouder vertoont geen gebreken en/of beschadigingen
6. Brandbare voorwerpen zoals vuilniszakken, plastiek bekertjes, enz… mogen niet als asbak gebruikt worden.
7. Een bruikbare zaklamp dient aanwezig te zijn op het voertuig op een gemakkelijk bereikbare plaats.
Deze bepaling is enkel van toepassing bij licht- en avondstoeten
8. Op elke wagen dient een mobiel telefoontoestel aanwezig te zijn zodat in geval van een incident de hulpdiensten snel verwittigd kunnen worden.
9. Indien het verbruik (aanwezigheid) van alcohol op de carnaval wagen is toegestaan door de gemeente/organisator is echter de aanwezigheid van alcoholische dranken met een alcoholgehalte boven de 20 % verboden omwille van brandveiligheid.
10. Het gebruik van uiterst brandbare materialen voor de bouw van het voertuig dient zo veel mogelijk vermeden te worden.
11. Men dient aandacht te hebben voor eventueel valgevaar van deelnemers aanwezig op het voertuig. De nodige maatregelen om vallen te voorkomen dienen genomen te worden. Borstweringen dienen stevig bevestigd te zijn en bij voorkeur min 1m10 hoog met minstens één tussenleuning op 55cm.
Onderstaande bepalingen zijn van toepassing indien tanken is toegestaan
12. De eventuele koolwaterstoffen, zoals benzine en diesel, mogen enkel vervoerd worden in metalen jerrycans. Deze jerrycans mogen niet op de praalwagen noch in het trekkend voertuig geplaatst worden.
13. Het bijvullen van aggregaten tijdens de stoet is enkel toegestaan op de van te voren vastgelegde locatie.
14. Tijdens de vuloperaties dient een strikt rookverbod te worden gehandhaafd in de omgeving van de generator. Bij het vullen van de brandstoftank dient het voertuig stil te staan en wordt de stroomgroep stilgezet.
15. Het vullen dient te gebeuren via een metalen trechter die geschikt is voor de betrokken aggregaat.
Onderstaande richtlijnen zijn specifiek voor de organisatoren
16. De stoetverantwoordelijke dient alle deelnemers op de hoogte te brengen van de richtlijnen die van kracht zijn. Deze dienen bij voorkeur te worden opgenomen in een huishoudelijk reglement. Dit reglement dient ook instructies te bevatten over hoe te handelen in geval van een brand of calamiteit en dient de locatie van de tankplaats (indien van toepassing) te vermelden.
17. De stoetverantwoordelijke dient de ‘checklijst carnavalsverenigingen’ te overhandigen aan de deelnemers. De deelnemers dienen de ingevulde checklijst ter inzage klaar te houden voorafgaand aan de stoet.
18. Indien tanken tijdens de stoet is toegestaan dient er een locatie (of meerdere) voorzien te worden waar de praalwagens tijdens de tocht kunnen bijtanken. Op deze locatie mogen geen toeschouwers aanwezig zijn en de plaats moet vlot bereikbaar zijn voor de hulpdiensten.
19. De organisator dient aan de brandweerdienst een plan over te maken met de route van de stoet, contactgegevens verantwoordelijken en gegevens over het medisch dispositief indien aanwezig.
20. Voertuigen die niet voldoen aan de van kracht zijnde richtlijnen vertrekken op de verantwoordelijkheid van de stoetverantwoordelijke.